Waarom doet de aikido beoefenaar eigenlijk aan zwaard, vraag Marc Jongsten (zesde dan) aan de groep? ‘Je ziet iedereen hard denken. Je wordt tegenwoordig niet meer zomaar overvallen door iemand met een zwaard in de supermarkt of op straat?! Die tijd hebben we gelukkig achter ons.’ Een gastles zwaard gegeven door Marc Jongsten bij Aikido Groene Hart. Sinds het zwaard een vast onderdeel is geworden van de dan-examens, is de aandacht voor ti wapen flink toegenomen en daarmee weer aardig in zwang geraakt. Er wordt bij onze vereniging minimaal eenmaal per maand zwaard les gegeven. Verder kunnen wij natuurlijk altijd terecht in Leiden op de zaterdagochtend om wat extra uren met het zwaard te maken. We krijgen een stukje geschiedenis les over het zwaard. Zo’n veertig aikidoka zitten geboeid te luisteren. Een aantal gaan verzitten vanuit seiza naar een wat comfortabelere positie. De verschillen tussen de Europese zwaarden en de Japanse zwaarden; de speciale manier van smeden van die laatste, maar vooral nadruk op de eenvoud van het wapen. ‘Er zijn geen geheime technieken met het zwaard. Het is een snijwapen waarbij de foutmarge nihil is. Als je maar even afgeleid bent, dan is het gedaan met je. Beoefenaars van het zwaard zijn rustig en kalm. Soms besloot men vroeger zelfs om niet het gevecht aan te gaan, als men voelde dat beiden even alert waren. Dan stak men de zwaarden rustig terug, een korte beleefde groet en ze zouden elkaar op een andere dag weer treffen.’

Degene die het langste kalm bleef, was meestal ook degene die bleef leven in de oude tijd. Er zijn later veel vaardigheden bijgekomen rondom het zwaard: rust, geest, zen… Na de oorlog in Japan, waar één shogun overbleef, kozen sommige samoerai ervoor om zwaard lessen te gaan geven. Alles wat destijds rondom het zwaard verzameld was, werd nu de kern om zaken als moed, kalmte, vastberadenheid en dergelijke te trainen – net als in aikido. Mensen die met het zwaard vechten, kunnen zich geen frivoliteiten veroorloven. Het werkt als een vergrootglas op je handelen. En de zwaardstijlen die wij beoefenen, gaan er ook over om de aanvaller te controleren zonder te beschadigen. Dat zijn redenen waarom we in aikido ook zwaard trainen. We gaan aan de slag. We hebben de matten wat uitgebreid naar de zijkanten om wat meer ruimte te creëren. We beginnen met slaan. ‘Je moet je zwaard als een vriend behandelen, zachtjes en wat losjes vasthouden.’ Met zijn allen tegelijk een kiai – het galmt door de grote hal heen. Daarna de windroos: het slaan van het zwaard in vier richtingen: Noord, Zuid, Oost en West. Dat ging best aardig na een paar keer. Dan nog vier bloemblaadjes erbij: diagonaal op dezelfde positie. Mooi hoor om te zien hoe de energie van de groep dit met elkaar oppakt en hoe men elkaar ook versterkt in het doorgaan. ‘Het grootste gevaar van het zwaard is dat het met jou er vandoor gaat. Het gaat om het leren vrij zetten en beheren van je eigen energie in zwaard.’

Marc: ‘Elke handeling in zwaard is een krijgshandeling. Elke kata begint met een opening, daarna verandert alles. Het is een vorm van communicatie die nauw luistert. Het is de manier waarop je werkt, de inbedding van het beoefenen, dat is wat je moet leren. De stand van de hand, bepaalt de snede. Je kunt zwaard tot op zeer hoge leeftijd blijven doen. Daar ontstaat het ware meesterschap.’ Marc zijn advies is om het zwaard te behandelen in het begin als een soort hengel. ‘Je moet het ver uitgooien, ver en los reiken in de slagen. Hoe korter in het begin, hoe lastiger dit weer af te leren is. Altijd met een kiai anders moet je aan de paracetamol na de les. De energie moet vrijgezet worden.’ Wat is het verschil tussen escalatie en de-escalatie vraagt Marc aan de aikidoka? Hij loopt naar Bas die voor hem staat en slaat hem zachtjes in het gelaat. Bas neutraal. Dan nogmaals nu wat harder en Bas slaat direct op dezelfde wijze terug. Pats! Hard gelach door de zaal. We gaan naar een vorm met shomen-shomen waar je het zwaard van de ander wegslaat uit de lucht. Dat gaat op zich prima. Dan vraagt Marc om nu gelijk erachteraan weer door te gaan met wegslaan. Het wordt dan een doorlopend slaan en wegslaan. Dat is even inkomen, ook bij mij en mijn partner. Links van mij hoor ik ze tegen elkaar zeggen: ‘Oei, dat is een stuk spannender op deze wijze.’ We gaan weer terug naar het midden.

Dan een wat ingewikkeldere vorm. De ene heft het zwaard, de ander snijdt voorlangs op horizontale hoogte vlak voor de borst voordat het zwaard van de aanvaller weer daalt. Dan tori direct weer terug vlak voor het gezicht langs, waardoor uke niet kan inkomen om vervolgens met shomen boven het hoofd te stoppen; wat het einde van de kata inhoudt. Marc vraagt de klas om met functionele slordigheid te werken. ‘Niet te precies want dan zet je alles vast. Het lichaam stuurt het zwaard, niet andersom. Loslaten dat je het goed moet doen. Hoe losser hoe beter het eindresultaat. Anders loop je over van frustratie en dan gaat de lol eraf. Het is namelijk nooit goed of af. Wen er maar aan dat het niet perfect is. Je moet er tussendoor laveren en uiteindelijk besef je dat je gewoon vooruit gaat. Je koers vasthouden, daar gaat het om.’ Ramon en Martijn worden voor de klas gevraagd. Hier wordt nog even fijntjes gevraagd of Ramon van spareribs houdt? ‘Er zit een interne logica in de kata’s en die moet je goed doorgronden. De codering, de afspraken over de volgorde van de kata, moet kloppen. Alles is vastgelegd en dat moet je niet vergeten. Je moet de horizontale slag terug maken anders prikt hij in je ribben. Na een kort momentje, wordt dit al snel glashelder. De rituele waarde van de codering is belangrijk in het zwaard. Deze eerste zwaardreeks, die wij nu leren, is de basis voor heel veel zwaardwerk later. Na twee intensieve uurtjes sluit Marc de les af: er is goed en hard gewerkt door iedereen!