Crouching Tiger hidden Dragon, gewoon bij ons op de mat in de dojo. Een onvoorstelbaar mooie performance van deze jonge John-Nun Tang. Een van de topatleten uit het olympische Nederlandse Wushu team met als nationale coach Chi Lung Yung. Onlangs nog een zilveren medaille gehaald. Beiden waren uitgenodigd bij Aikido Groene Hart als aftrap van het aikido zomerrooster. Ik heb Chi Lung ooit ontmoet op een vechtsport gala. Het klikte direct en sindsdien hebben we regelmatig contact. Tijdens een van onze gesprekken vroeg ik hem of hij het leuk vond om de passie voor zijn krijgskunst, bij ons beter bekend als Kungfu, te delen met ons in de dojo. Hij reageerde enthousiast. Chi Lung beoefent Wushu als sinds zijn achtste jaar en is zelf meervoudig Nederlands kampioen geweest. Onder zijn leiding heeft hij het Olympische Wushu team van relatieve onbekendheid naar podium naar het wereldkampioenschap weten te brengen. Ik introduceer Chi Lung en John aan de groep en geef hun de mat. Chi Lung licht het programma toe en John doet met ons eerst de warming up. Later vertelde hij me dat John nog niet eerder voor zo’n grote groep les had gegeven. Hij doet het prima. Is rustig en legt met duidelijke stem uit wat de bedoeling is. Een geboren leraar.

Er zijn diverse stijlen Wushu, maar onderverdeeld in twee categorieën: de interne (van buiten zacht en van binnen hard) en de externe (van buiten hard en van binnen zacht). We beginnen met de externe. Het basis programma van trappen. Er worden verschillende rijen gemaakt. Armen wijd (als een kraanvogel) en dan de benen rechtop omhoog schoppen. John gaat de groep voor over de mat. Ongemak en hilariteit natuurlijk, want dit zijn we niet gewend. Dan van binnen naar buiten schoppen. Armen opnieuw wijd, en John trapt met een harde tik tegen zijn eigen schoen aan. Sommigen schrikken zich een hoedje. Chi Lung legt aan mij uit dat binnen Wushu het extreme van je lichaam gevraagd wordt. Er zitten best veel lenige aikidoka’s bij. Sommigen van ons deden eerder andere krijgkunsten als Thaiboxen of Karate. Dat verleer je blijkbaar niet zo snel. Dan een combinatie springen en schoppen. John trekt eerst een knie omhoog en dan een trap. Het eerste been is om hoogte te kunnen pakken. Hij laat even kort wat zien. Losse enkelvoudige trappen waarmee hij een grote hoogte kan bereiken. Dan wat variaties. Een ervan is de butterfly kick met een schroef. Of een ratslag zonder handen. Applaus vanuit de aikidoka’s op de mat. Vijf minuten drinkpauze. Hoe vind je het Chay? Vraag ik mijn zoontje. “Indrukwekkend pap!”

Chi Lung neemt het tweede deel van de les voor zijn rekening. Hij licht kort iets toe over de geschiedenis van Wushu. Hij praat met een zachte stem, maar is zeer goed hoorbaar in de volle zaal. De kunst van het oorlog voeren, daar ging het vroeger over. Technieken waren belangrijker dan het fysieke. Een van de vormen is een zwaard dans. John komt ten tonele met een recht zwaard. Een lang dun zwaard. Hij staat eerst in het midden stil, één met het zwaard. Dan begint hij te bewegen. Het enige hoorbare is het suizen en klapperen van het zwaard. John zelf beweegt haast geluidloos. Majestueus om naar te kijken. Het was soms net alsof hij vloog. En dan zeer rustig met gekruiste benen in zit houding op de grond komen aan het einde van zo’n beweging. Perfecte lichaamsbeheersing. Oorverdovend applaus. Chi Lung licht ons toe dat elk foutje, b.v. een steunhandje of zo, in zo’n landing je 0,2 punten kost op de Olympische spelen. Beheersing is cruciaal. We gaan aan de slag met de interne stijl, bij ons beter bekend als Tai Chi. “Yin is zacht en ontspannend. Yang is direct en kracht. De kunst is om beiden altijd in een techniek te gebruiken.” We doen een aantal stoten om het verschil te voelen. “Deze tegengesteldheid moet in elke minuscule beweging zitten. Dat bepaald hoe krachtig iets is.” We moeten eerst vanuit spanning eens slaan. Dat gaat voor geen meter. Gefluister in de achterste rij: “Dat voelt als gas geven en tegelijkertijd op de rem staan.”

Veel langzame bewegingen met veel aandacht ook voor het ademhalen. De kracht uit de heupen laten komen en de ander uit balans halen. Eigenlijk onze kokyu-ho techniek vanuit bijvoorbeeld een chudan tsuki. Chi Lung licht toe hoe de relatie zit met Tai Chi en de oorspronkelijk relatie met het gevecht in het oefenen van de applicaties. Als hij wat vormen met de groep doet, demonstreert hij tussendoor met John welke aanval er achter de solo visualisatie zit. Fijn, dat maakt alles een stuk duidelijker. Het laatste kwartier werken we met ‘pushing hands’. Twee koppels met gelijke lengte tegenover elkaar. “Voelen waar de ander zijn balans gaat kwijtraken als hij of zij gaat duwen. Voeten moeten blijven staan. Je heup mag je wel gebruiken. Hoe zachter, hoe minder er iets te detecteren valt. Geen spanning, dat is de crux.” Chi Lung – in een wit zijden Wushu tenue en John (in een zwart tenue) lopen rond en geven hier en daar tips. Nu met ogen dicht. Deze laatste oefeningen komen heel dicht bij ons aikido en natuurlijk ook de strategie van zoeken naar de balansverstoring. Chi Lung eindigt met de woorden dat het de bedoeling in Wushu is om vanuit zachtheid het harde te overwinnen. De twee gasten ontvangen van ons nog een aardige attentie in de dojo waarna met applaus een hartelijke dank voor deze prachtige avond!