Zomerschool 2015 te Markelo. De aftrap was op zaterdag 18 juli in de Sporthal de Haverkamp. Voor de deur een terras waar je wat kan bestellen. Ideaal. Leuk om al die bekende gezichten te zien als je komt aanrijden op de ruime parkeerplaats voor de sporthal. De zomerschool is een soort verzamel moment waar je eens per jaar elkaar in ieder geval weer tegenkomt. Ook diegene die tijdelijk naar het buitenland vertrokken zijn of daar natuurlijk permanent wonen. Het aardige is dat er steeds meer internationaal gezelschap komt. De laatste jaren zijn er speciale gasten die door Wilko worden uitgenodigd. Net als vorig jaar was Bruno Gonzalez weer van de partij het eerste weekend. Bruno is samen met Pascal Guillemin een van de instructeurs van Cercle Tissier in Frankrijk. Niet zomaar een aikido instructeur dus. Wilko refereert ook naar de bijzondere aikido kwaliteiten en technische kennis van Bruno in zijn openingswoord. Bruno beweegt ook heel mooi en gracieus; een prachtig plaatje. De leden van Aikido Groene Hart verzamelen zich bij elkaar en schudden handen. Zwaarden worden gepakt.

Wilko begint met het zwaard waar we met shomen het zwaard uit de centrum lijn moeten slaan met een kiai. Het referentie punt ligt boven het hoofd om naar toe te werken. Bruno vertelt later ook over dit punt als hij het zwaard wegslaat van dezelfde lijn, zwiept hij het omhoog en de snijkant van het zwaard komt naar je toe aan de andere kant van het hoofd. Daarna het zwaar laten vallen, schuin in de richting van je achterste been en ontspannen. Bruno ademt demonstratief uit op dat moment. Daarna het lichaam weer paraat en actief voor de volgende beweging. Wilko merkt op dat je juist je aandacht bij je centrum moet houden als de hand heft. ‘Try to remain your calmness,’ noemt hij het. De neiging is dan om omhoog te gaan, maar die neiging zijn we juist aan het trainen om te beheersen. ‘Het is alsof je gewoon doorloopt,’ zegt Wilko als hij het voordoet voor de groep en naar ons toe loopt. Het zoeken van deze ‘as’ in de entree is de uitdaging. Bruno diept het zwaardwerk van Wilko wat verder uit met een paar aparte oefeningen.

Wijdbeens tegenover elkaar staan. De uke slaat met het zwaard vanuit een shomen en de tori slaat het zwaard weg. Eerst van rechts naar links vanuit de snijbeweging waar het zwaard aan de andere kant van het hoofd uitkomt. Dan slaat de tori naar het hoofd van uke die vervolgens dezelfde wering uitvoert en zo verder. Tak, tak, tak, tak. De zwaarden maken een enorm geklater door de zaal. Wat een curieuze sensatie zeg. Een enorm kabaal, maar door de concentratie die je nodig hebt om de oefening goed uit te voeren, schuiven de zwaard geluiden een soort naar de achtergrond. Als je de neiging hebt om je aandacht te verleggen naar het geluid van de slaande zwaarden, verslapt de concentratie en wordt je direct afgestraft doordat het zwaard van je partner genadeloos tegen je vingers slaat. Dat leert ontzettend snel, kan ik wel zeggen. Na twee keer achter elkaar op de vingers getikt te zijn, ben je super gefocust. Bruno verbindt de bewegingen in het zwaard met de aanval eridori. Eridori doen we niet zo vaak. De bewegingen van Bruno zien er zo natuurlijk uit dat je de neiging hebt om het na te doen alleen al door er naar te kijken.

Wilko werkt het tweede deel met veel extensie. De aanval wordt katadori en je houdt je hand losjes tegen het gezicht van de aanvaller in extensie. Daarna loop je door zoals eerder beschreven en zoek je de vorm ikkyo. Hij meldt dat je moet zoeken naar de gewichtloosheid van de actie, anders loop je vast of moet je een wat minder harmonieuze oplossing zoeken. Hij demonstreert ze even kort met de uke voor de klas: de lichte vorm en de wat zwaardere vorm. Bij die laatste hoor je het lichaam van de uke hier en daar wat kraken en hoor je er protesterende geluiden uit komen. Als beide vormen aanschouwelijk en voelbaar zijn gemaakt, vraagt Wilko afwachtend aan de uke: “En welke heeft je voorkeur?” Lachwekkende en proestende geluiden om mij heen. Dan met shomen waar Wilko met twee handen die as zoekt en achter de uke uitkomt. ‘De aandacht zit aan de binnenkant van de onderarmen als je dit doet,’ zegt Wilko. Kijk, dat is het goud van Wilko. Dit soort tussen-zinnetjes, waar de echte werk-informatie in zit waardoor je naar de volgende laag kunt groeien. Als je dit serieus gaat proberen, hoe moeilijk soms ook, gaat aikido anders voor je werken.

Bruno pakt het zwaard weer op waar we gebleven waren. Nog even kort wat herhalen van de eerste stage en weer door met het werk van eridori. Dat was wel fijn die herhaling, want zo kun je het wat meer inslijpen. De snijbeweging met de hand met eridori is het werken naar een as. Dezelfde as als waar Wilko over sprak. ‘Het is een verticale beweging, rept Bruno, niet een horizontale want anders loop je in het gewicht van de uke vast. Dan gaan we wat variëren in technieken: kokyu nage, iriminage, kotegeashi, shiho nage. Heel tof om te doen, want de entree en de basisbewegingen blijven een constante bij deze technieken. Een prachtige tip van Bruno: ‘Om als tori een schrikeffect te bewerkstelligen, doe je net alsof je sleutels of iets dergelijks gooit naar de uke als je jezelf verplaatst om de ruimt naar eridori te maken. “Of zand, als je toevallig op het strand bent.” Tussendoor krijgen we nog een soort randori. Om het spannender te maken als je tijdens de entree bezig bent, valt ook een derde persoon je aan met shomen. Je houdt de gelijke snijbeweging vast en loopt door naar irimi nage. Waanzinnig effectief als je die kalmte weet te bewaren. Als laatste een juji waza met eridori. Geweldige aftrap van de zomerschool die nog duurt tot zaterdag 25 juli.