Hij loopt naar het midden van de mat. Buigt formeel voorover en pakt het zwaard bij de kamiza. Dan loopt hij terug iets naar het midden van de mat en gaat met het zwaard slaan. Eerst dacht ik dat hij het gewicht van het zwaard even wilde testen. Maar hij bleef slaan. Snelle korte slagen, zo intens dat het zwaard soms net wel of net niet zijn eigen rug raakt. Veel pit erin. Zijn voeten gaan steeds heel even van de grond en daardoor verplaatst hij zich langzaam in de rondte. Ik had dat pas later door, dat ronddraaien. Als het rondje compleet is, maakt hij nog vier slagen in alle richtingen van de dojo. Dan start de les en groeten we naar elkaar. Munetsugu Sakabe is er op de ochtend van de Pinksterstage in Amsterdam. Een gastdocent in de dojo van Wilko Vriesman (zesde dan), de directeur van onze Aikido Federatie. De warming up is een vorm van tenchinage, waar we in een ai hanmi positie starten. De ander niet laten vallen maar even laten hangen. Daarna de oefening nogmaals maar dan wat wijder met de voeten achter de ander. De handen van tori gaan nu ook nog iets wijder, alsof je naar iets in de verte wijst of zo. De uke wordt behoorlijk op de proef gesteld wat betreft zijn flexibiliteit en eigen draagvermogen. Dan gaat Munetsugu zitten en vraagt iemand voor de klas om hem te pakken. Het verzoek is een soort yonkyo achtige pakking, je weet wel: die met de knokkel van je hand op de zenuw in je onderarm. Die ja. Eerst vraagt hij de uke hem om te duwen vanuit de pakking, dan laat hij het gewicht van zijn hand vallen en de uke valt ook. We gaan aan de slag. Het is lastig want dit soort zaken werkt via de cognitie meestal niet zo goed.

Even later ziet Sakabe mij zoeken en helpt me een handje. Ik moet hem vastpakken. Nee… duwen, lijkt hij mij te willen vertellen. Als ik dat doe, dan val ik ineens opzij op de grond. Ah, dat helpt een stuk beter, even voelen hoe het moet. Er passeren in de uur fraaie werkvormen. De aanval verandert naar katatedori. Niet vechten, vertaalt Satomi, maar naar buiten duwen. Niet trekken. Eerst binnenkomen, je ellenboog laten vallen en dan stuwen. Dat is meer een woord ervoor: stuwen. Een soort kokyu nage. Met een uke voor de klas doet hij nu hetzelfde alleen laat ineens zijn achterste knie onverwachts vallen. De uke vliegt door de lucht vlak langs hem. Het is één beweging, licht de gastdocent toe. Heel tof die onverwachte vliegactie. Dan naar kote gaeshi. Hij maakt geen verplaatsing, maar legt gewoon lichtjes zijn vingers op die van de uke en maakt dezelfde polsbeweging als net met suwari waza. Als ik oefen met een drietal, maken ze totaal onverwachts een vrije val. Beiden. Dat is effectief zeg. Muntesugu: ‘De aikidoka past zich aan op de reactie van de aanvaller. Meegaan, veranderen, ontspannen. Als de ander blokkeert, verander je de richting zoals bijvoorbeeld de aanvaller over je heen te trekken.’ Uke schiet alle kanten op en schijnbaar moeiteloos werkt deze docent wat variaties af om ons een indruk te geven. Mune dori, ryokata dori, snijden, draaien, sumi otoshi. We mogen gaan combineren, alles door elkaar. ‘Je oefent eerst technieken, maar daarna zoek je de flow. Niet stoppen. Ter plekke leren reageren. Dat maakt aikido zo interessant, als in dat proces ontspannen kunt blijven’

Na een korte pauze neemt Wilko het thema over. Katate dori kokyu nage. Alleen eerst de aanzet van de techniek. Daarna het snijden erachteraan. Jodan tsuki nu. Positie en rechte rug. Ook hier niet blokkeren. Ontspannen en snijden. Blijf recht met je hoofd, roept Wilko tegen mij. En recht terugsnijden. We veranderen naar ai hanmi, maar we blijven in hetzelfde systeem. Zo is er minder gevaar en het oefenen makkelijker. Hij schakelt naar een tik-systeem, waarna zijn achterste voet instapt. De uke schikt zich een hoedje als hij in het stiltepunt van de actie terecht komt. ‘Dat noem ik centreren,’ zegt Wilko. Het zit in elke aikido actie: het leren vasthouden van dat stiltepunt. Daar is de aanvaller zijn kracht kwijt. Er zit geen gewicht in. Dat is onze zoektocht naar de mentale bevrijding die we zoeken onder dit soort situaties van stress of druk. Stap voor stap zoeken om daar aan te komen, tot er niets is. Dat is mentaal zeer moeilijk om te trainen.’ Als hij instapt, laat Wilko het lichaam van de aanvaller inkomen, hij recht zich en daarna schuift hij zijn voet achter de rug van de aanvaller. Het opent zijn lichaam ademt diep in en laat alles ineens los in een snij beweging. Het blijven van de uke is super ingewikkeld: stay, stay stay… vraagt Wilko. Je moet leren voelen – dus niet denken, wanneer je jouw ukemi moet nemen. Als je denkt, dan ben je dood. Sommigen negeren het gevaar, ook niet handig. Je moet als aikidoka sensitief leren zijn op het juiste moment. We oefenen te blijven staan, samen te ademen bij het inkomen en openen om het lichaam beschikbaar te krijgen. Vriesman: ‘Het gaat om het installeren van de beide lichamen; het creëren van één beweging waar je in dezelfde snelheid terecht leert komen.’

‘De angst stopt de adem. Je ziet dan grote ogen en de adem stokt. Eerst vertrouwen opbouwen. Ik wil niet slaan! Als we dat redelijk begrijpen, komt de scherpte erin. Inderdaad: als je gelijk ademt, rechtop blijft staan en ontspant, dan ben je steeds precies goed op tijd. Ik begrijp ineens het stiltepunt wat beter. Je kunt haast voelen wanneer het eraan gaat komen. ‘Dit mechanisme dat we nu oefenen zit in alle aikido technieken,’ licht Wilko toe. ‘Aikidoka’s kunnen kiezen in dat stilte punt om te handelen omdat ze kalm blijven. Met jodan tsuki schrikt een uke voor de klas. Voor mij is het makkelijker, zegt Wilko, want mijn broer is tandarts. We schieten in de lach. Dan een fraaie oefening waar hij de actie zelf gaat uitdagen door zijn hand ineens naar de buik van de partner te steken. Provoceren noemt hij het. ‘Naar voren en dan vooral lager gaan staan. Dan moet die ander komen anders ga jij erin. Door te zakken, controleer je de timing.’ Dat is heel tof om te oefenen. Helemaal het schakelen tussen de twee handen. Het roept aardig wat op als je aan het werk bent. Dan naar katate dori waar alles gecombineerd wordt. Tsjjchh, tsjjchh, doet hij voor de klas. De uke schiet alle kanten op. Het is eigenlijk onze gebruikelijk vorm van de techniek, alleen de toon van werken, is anders. Dan weer een andere werkvorm. We gaan tegenover elkaar staan en tikken hard op elkaars borst. Je moet zoeken naar een ritme in deze trommelsessie, vertelt hij, en dan centreren en de anders losjes uit balans halen. Niet werken! Gewoon doen. Niet duwen of trekken, centreren en in dezelfde flow als eerder de ander uit balans halen. Eigenlijk heel natuurlijk en verrassend in elkaar over gegaan deze twee aparte lessen. Een bijzondere combinatie.