De eerste Duostage van Wilko Vriesman samen met Marc Jongsten in Papendal. Er waren zo’n twaalf leden van Aikido Groene Hart aanwezig. Tot mijn vreugde ook drie meiden van de wat jongere generatie: Emmylou, Britt en Tess. Heel leuk dat ze er ook bij waren. Gebracht door hun ouders die vaak aan de tafel kijken of een bezigheid voor zichzelf zoeken. In de gang kwam ik eerder ook Gerrit-Bartus, de voorzitter van de bond Aikido Nederland, al tegen. Beide docenten van deze stage zijn van de Dutch Aikikai Foundation, onze eigen federatie. Marc opent en heet iedereen van harte welkom. Het is zijn première, zoals hij het noemt, om naast Wilko een stage te mogen geven. We beginnen met katatedori en het leren opbouwen van druk. Het duwen en het vermogen leren om ondanks die druk toch te blijven staan. ‘Dat is allereerst vooral grondstoffelijk werk. Dat moet in het begin ook om met die druk om te leren gaan. Je hebt de neiging of om er tegenin te gaan, of om er juist vandaan te gaan. De kunst is om erin te blijven. Een mooie metafoor is: je moet je gewicht schenken aan de zwaartekracht. Contact met de aarde, voeten stevig op de grond en je eigen vorm leren vasthouden onder die druk.’ Marc bouwt de les langzaam op voor de groep. Gaandeweg komen er straks technieken bij. Voor mij vertrouwd werk allemaal, want zowel Marc als Wilko zijn mijn eigen leraren. De combinatie is in mijn beleving goud. Dat zal later ook blijken tijdens de stage.

Het is alsof je werkt aan de basisvorm van de staafmixer, zegt Marc. ‘Later kunnen we er allerlei attributen op plakken of accessoires, maar voor nu starten we even met de basis. We schakelen naar het tweede kerndeel van de les. ‘Als je in die druk zit, moet je die druk ineens loslaten. Als je in een badkuip zit, ga je niet bekertje voor bekertje aan de slag om het te legen. Je trekt gewoon ineens de stop eruit. Dat doen we door ons lichaam iets te verplaatsen met een tai sabaki. Nu bouw je diezelfde druk vooraf in buik op, maar vlak voor het contact maak je de tai sabaki. De ander valt dat in een soort gat of leegte.’ Er is veel werk en aandacht aan de houding: rechtop staan, rustig op je af laten komen; niet naar de ander toe gaan. We variëren nu met wat technieken (de hulpstukken) als irimi nage, kokyu nage en sumi otoshi. Veel bekenden op de mat en ik probeer altijd met iedereen wel even te trainen: leerlingen uit Zoetermeer, Wolvega, leraren uit de opleiding van dit jaar en van vorig jaar. We schakelen naar een andere aanvalsvorm: chudan tsuki. De druk neemt nu toe, maar de kunst is om nu toch recht te blijven. Marc: ‘Je moet nu je gemoed leren dempen. Als je nog niet dapper genoeg bent, dan doe je gewoon net alsof. Het vluchtgedrag of vechtgedrag moet eruit.’ Mooi werken aan die stevige basishouding en de rust die Marc zelf ook uitstraalt.

Na een korte pauze begint de stage van Wilko. Hij pakt het thema van Marc door naar een volgende laag. ‘Als je werkt met druk dan kun je haast blijven staan en je doet net alsof je aan de knop draait met je achterste hand voor je buik.’ Omdat hij stevig blijft staan en de vuist van de uke precies voor zijn buik stopt, moet ik onwillekeurig denken aan de kurketrekker. Daar zet je ook iets mee vast. Het versterkt in ieder geval de aarde gedachte van Marc. ‘Het is alsof je de tijd even bevriest. Je zet het centrumpunt vast. Daarmee zet je de uke vast. Zij zit vast en ik kan eruit, zolang ik met mijn aandacht maar bij dat punt blijf.’ Hij loopt behendig om de uke heen en kan op verschillende manieren de balans verstoren. ‘Als je die ander gevangen hebt in dat punt, dan schiet je vanuit de punt weg over een lijn die de mind al gemaakt heeft! Het is alsof je een zwaard trekt.’ Het demonstreert twee verschillende vormen. Eerst trekt hij overdreven aan het zwaard alsof het zwaar is en hij het uit de schede moet trekken met veel kracht (schouders gaan vooral veel bewegen). De tweede versie is super licht: hij pakt zijn zwaard en in één beweging en snijdt naar het gelaat van de uke – die ineens achteruit deinst. Wilko is veelzijdig op het gebied van de diverse didactische werkvormen. Hij tovert ze haast ter plekke op de mat. Die tussenstapjes, die momenten ervaren, de werkzame ingrediënten van de technieken, die haal je op de aikido stages. Daar ga je even los van de technieken op een ander manier, meer innerlijke manier, met aikido aan de slag.

Als iemand gevallen is in het centrum punt, dan is het de bedoeling om het lijntje vast te houden. ‘Er is een verbinding, maar je ziet het niet. Een wifi-verbinding. Als je de verbinding kunt onderhouden, dan kan je gaan spelen met de uke.’ We moeten nu verschillende werkvormen achter elkaar doen: druk opbouwen, schouder los, fixeren en actie. Maar ook bijvoorbeeld samen een high five maken, de echo van de klap gebruiken om de aanvalskracht terug te geven aan de uke. De laatste vorm, daar vang je de uke in het eerste punt en houdt je hem of haar een soort gevangen terwijl je zelf door beweegt. Het is bijzonder werk, want cognitief begrijp je er helemaal niets van. Als mensen er vragen over stellen aan Wilko tijdens het trainen, zet hij ze ook altijd direct aan het werk en laat hij het ze voelen. Hij legt liever niets uit. Ik ben er ook getuige van een paar keer als het dan wel werkt bij tori tijdens de uitvoering. Dan een andere werkvorm. Je vangt de uke in het punt, met wifi maak je verbinding, en zoek je een punt op de uke en ga je jezelf verplaatsen. Met een soort relais, kun je het punt veranderen. Je moet dus eerst verbinden op een ander punt en dan pas de vorige loslaten, anders werkt het niet. Het maakt je bewust van waar je aan het werk bent: ben je met jezelf of de ander bezig? Hij laat zijn hand pakken voor de klas en vraagt de uke: ‘van wie is de hand? Van jou of van mij? Als de hand van hem is, dan gaat hij pas werken. ‘Eerst je lichaam, dan de lijn en dan pas de hand. Het is alsof je op een zen-kussen zit en jezelf afvraagt: hoe krijg je de wereld in beweging.’ Dat is iets om thuis over na te denken.