De laatste les van de maand is bij ons altijd een wapenles. Ditmaal werd de wapenles gegeven door Anita Paalvast, een leerling van Marc Jongsten. Anita volgt de lerarenopleiding Niveau 3 bij Aikido Nederland. Een onderdeel van deze opleiding is dat je minimaal vijf lessen in je eigen sectie moet geven. Marc had de lesplannen van Anita inhoudelijk al goedgekeurd en zij vroeg of ze bij ons een wapenles met de jo mocht geven. In haar hand heeft ze het boek ‘Technique de bâton en aikido’ van Christian Tissier. Het is een volle zaal en ik zit op de bank als praktijkbegeleider om de les van Anita te beoordelen. Een eerbiedige stilte hangt in de zaal als zij met een rustige en zachte stem het woord neemt om haarzelf en het doel van de les te introduceren. Ik kijk op het beoordelingsformulier in mijn handen welke ik voor het schrijfgemak op een klembord heb geklikt. Punt 1. ‘Motiveert, stimuleert en enthousiasmeert de aikidoka’. Als praktijkbegeleider moet ik dit beoordelen aan de hand van waargenomen gedrag en ook toelichten waarom op het formulier. Anita lacht. Ze heeft er duidelijk zin in. Ik kijk van achteren naar de rij aikidoka’s en zie hun gezichten aan de zijkant. Hier en daar verschijnt vriendelijkheid op het gelaat en een glimlach bij sommigen. Dat gaat goed.

We beginnen met de basisbewegingen. Hoe de jo vast te pakken en te wisselen van hand. Daarna leren centreren en de voeten wisselen. Het is nu de bedoeling om de jo in het midden voor je te houden. Alle stapjes staan keurig op het uitgeschreven lesplan, dat links van mij ligt op de bank. De tijd loopt ietsjes achter op de planning. Anita praat met duidelijke stem als ze de stappen een voor een toelicht. Ook aandacht voor details: hoe de stok nu vast te houden. Ze vraagt of er met elkaar een kadans kan worden gezocht in het bewegen tijdens deze oefening. ‘Het helpt enorm als je een vast ritme weet te vinden, dat is heel leerzaam.’ Er klinkt een geluid van vast geschuif van voeten over de mat door de zaal. Tsssjjj – tsjj – tsssjj – tsjjj. Daarna in tweetallen oefenen en het leren om de stok voor je lichaam te wisselen van hand. Elkaar nog niet raken voor de veiligheid. Puntje 6 op het formulier: ‘Besteedt aandacht aan het voorkomen van blessures bij aikidóka.’ Ik zet een vinkje en schrijf erbij wat ik heb gezien. Dan gaan we naar een echte ontwapeningstechniek: jo-dori. Ze slaat wat onderdelen van het lesplan over en ik noteer dat op mijn aantekenblok. Ze demonstreert de techniek met Bas voor de klas. Eerst de aandacht naar de uitleg van het voeten werk, wat ze langzaam voordoet. Daarna vertelt ze wat haar handen doen en ook hier zeer traag in bewegen.

Ze expliciteert dat je niet te snel moet werken: liever beheerst. ‘Eerst in slow motion anders ga het systeem gelijk al in een vecht of vlucht reactie. Daar heb je niets aan. Een mantra die ik voor mezelf altijd gebruik is: let op je houding, beweging en techniek. Dat helpt enorm.’ Als de leerlingen met elkaar aan de slag gaan, geeft ze individueel aandacht aan de koppels. Ze geeft korte tips en instructies waar nodig. Anita had bewust gekozen voor een vol programma want het was haar wens om een volle of complete jo-ervaring mee te geven. Het tweede kerndeel van de les gaat ze over op een worp techniek met de jo. Jo-nage. Het is een korte vorm waar je direct laag geworpen wordt. Bij het cognitief doel van het lesplan staat dat de leerlingen aan het einde van de les een beter begrip moeten hebben van de jo met zowel dori als nage technieken. Dat is nu geregeld. Bij het sociaal affectieve doel dat ze relatiegericht moeten blijven werken, doseren en inspelen op de ander. Anita: ‘Je moet de stok van de ander vastpakken en dan de aanvaller werpen. Maak eerst contact met de ander: ik heb je gezien; niet verstijven in het pakken van de jo, maar absorberen van de kracht. Verander de richting en de ander laten rollen. Kies eerst alleen maar één kant om eraan te wennen.’

Iemand steekt zijn hand op om een vraag te stellen. Anita knikt dat ze hem gezien heeft en geeft aan dat ze er zo op terugkomt. Puntje 22: gaat correct om met de betrokkenen. Als ze klaar is met haar uitleg, steekt ze uitnodigend haar hand uit naar de vrager. “Als die persoon nu niet gaat duwen, maar trekken aan de stok – wat dan?” Anita vraagt de uke voor de klas hetzelfde te doen en loopt gewoon met hem mee naar voren, versnelt iets haar tempo en stuwt de stok naar de grond. De uke vliegt door de lucht. “Ja, okay dat is duidelijk!” Anita: ‘Prima goede vraag, dank je wel.’ Weer een puntje op de lijst geregeld. Met de cooling down opnieuw wat stretch bewegingen. Ze geeft tips over de juiste ademhaling hierbij. In haar slotwoord vat ze de les nog eens samen. Bovendien merkt ze op dat herhaling heel belangrijk is in de krijgskunst aikido. De jo moet een soort verlengstuk van je zelf worden. Je probeert dan door de stok heen te voelen waar steeds het juiste punt zit. Na het groeten een applaus voor Anita. Als we de les evalueren, beargumenteert Anita waarom ze bepaalde onderdelen heeft weggelaten uit het lesplan. Er komt een jonge aikidoka op haar af lopen. “Mag ik even storen? Ik wilde alleen even vertellen dat ik erg genoten heb van de les!”