Zondag 6 juli 2014 waren de hogere dan-graden examens in Amsterdam. De examens vinden plaats na de nationale dan-graden training in de Vriesman-dojo. Wilko Vriesman (zesde dan) geeft een maal per maand een speciale training voor alle aikidoka’s met een zwarte band of hoger. Deze trainingen ervaar ik als heel bijzonder omdat Wilko altijd tekst en uitleg probeert te geven aan wat je op gevoelsniveau moet doen om het aikido als vreedzame vechtkunst werkzaam te krijgen. Zover ik weet is hij de eerste en de enige die op deze manier taal probeert te maken voor de werkzame bestandsdelen van onze krijgskunst. Het eerste deel van de dan-graden training bestaat altijd uit het zwaard. Daar wordt een werkend principe zichtbaar gemaakt, langzaam uitgebouwd en schakelen we naar aikido technieken.

John met Bas voor shodan examen Amsterdam (jul 2014)

Als je tegenover elkaar staat, kun je de ander dan laten bewegen door louter rustig op hem af te lopen? Dat lukt alleen als je jouw presentie in de actie weet te zetten: laag starten en contact maken met je eigen centrum; dan naar voren toe bewegen terwijl je dit centrum vasthoudt en een bepaald signaal af te geven aan degene die tegenover je staat. Dan tegen over elkaar gaan staan en je zwaardhand in de lucht houden. De aanvaller beweegt naar voren pakt het punt op vanuit dezelfde intentie als net beschreven en probeert een nikkyo ura of een kote gaeshi uit te voeren. Gedachte is dat op het moment dat het inderdaad lukt om op een dergelijke wijze in te komen, dat je vlak voor het contact de balans van de ander hebt verstoord waardoor deze op eenvoudige wijze meebeweegt met de handeling die daarop volgt. Zo niet, dan stagneert de beweging en loop je vast in de techniek.

Het tweede deel van de training gaat over het werken in vier verschillende modaliteiten. Aanval is katate dori en voor de techniek blijven we even bij nikkyo ura. Op vier andere manieren met de partner omgaan om een techniek uit te voeren. De eerste is een stevig contact met grijpgrage handen: woest en knoest, zeg maar. De tweede vorm is wat lichter en vloeiender werken. Bij de derde laat je jouw hand ineens vallen in de elleboogplooi van de partner en gaat daar met een zwaar contact in, geen gaatjes in de techniek. De vierde vorm is de werkvorm van jon-dan waar je centrum laag blijft en je de uke op een hele lichte manier uit balans kan houden. Ook daar geldt juist het voorgaande principe, dat je natuurlijk moet leren vast houden. Als laatste drie organisatie vormen om binnen te komen en de aanval over te nemen, waarmee Wilko ons wat ervaring laat opdoen waar hij zelf mee aan het werk is.

Na de training, met een korte pauze, werd er gestart met de dan-graden examens. Dat was nog spannend want er zouden drie mensen opgaan voor de zwarte band (shodan) vanuit Woerden, maar er waren er bij aanvang maar twee. Later bleek dat Ron met pech op de A2 stond en hij zelfs de wegenwacht moest bellen om nog op tijd te komen. Gelukkig is dat uiteindelijk nog gelukt. Alle drie hebben een keurig examen afgelegd voor een examencommissie van drie personen. Het was behoorlijk warm in de dojo van Wilko. De examens zagen er prima uit en Wilko gaf bij de afronding nog terug dat hij heel tevreden was over de kwaliteit van de shodans van deze lichting. Dat was daarvoor minder naar zijn zin. Wilko heeft persoonlijk hard gewerkt om de shodans op het niveau te krijgen door zelf de shodan voorbereiding een paar jaar voor zijn rekening te nemen. Deze drie Woerdenaren waren daar trouwe gasten en hebben zo haast een paar jaar privé les gehad van Wilko.

Geslaagd voor shodan: John de Jong, Martijn Bakker en Ron Smit. Proficiat!