Op 28 september was wel een heel bijzonder internationaal stage evenement in Parijs: het dertig jarig bestaan van de FFAAA. In totaal waren er zón 2.000 aikidoka’s geweest uit wel 20 verschillende landen. Uit bijna alle landen van Europa en dan nog uit de USA, Mexico, en een aantal andere exotische oorden. Na een groot welkomstapplaus, groeten en kort opwarmen ging de Doshu midden op de mat omringd door een kring van aikidoka’s zijn lessen geven. Met al die aikidoka’s was de kring heel dik maar door een gelukkig toeval stond Rob Heijna, die Aikido Centrum Woerden aldaar namens ons vertegenwoordigde, meestal ergens in een voorste rij.

“De Doshu gaf het motto mee: de beweging van het lichaam is belangrijk, samen met de ademhaling; zeker bij de uitvoering van de belangrijke bewegingen tenkan, irimi tenkan en tai sabaki. Hij begon met shomenuchi iriminage, waarbij de tori zijn lichaam met een goede irimi naar de rug van uke laat gaan al voordat de shomen al helemaal is opgevangen. Daarna morotedori iriminage en na enige oefening lukt het ook om daar de irimi te maken voordat uke de arm van tori in de greep heeft. Daar de hele sporthal vol zat met aikidoka’s werd meestal in twee groepen gewerkt en dan nog was er weinig ruimte.

Ik trainde met telkens een willekeurige aikidoka en het was heel goed om te zien dat het aikido dat we op verschillende plekken in de wereld geleerd hebben naadloos op elkaar aansloot. Ook Christian Tissier, die het eerste uur van de stage voor zijn rekening had genomen, had al gewezen op het belang van het bewegen van het lichaam bij yokomenuchi nikyo ura: achter de atemi naar het gezicht van uke zit de lichaamskracht en niet achter de andere, blokkerende hand. De Doshu eindigde zijn eerste periode met een kleine demonstratie. Dat was heel mooi om te zien; de dynamische aanvallen van een jonge 5e dan uke werden moeiteloos geneutraliseerd. Zo moeiteloos dat het bijna eenvoudig leek. Na de stage waren er demonstraties van aikibudo, kinomichi en aikido. Al deze martial arts vallen onder de FFAAA want de A’s staan voor Aikido, Aikibudo en Aanverwanten. Eerst was aikibudo aan de beurt. Een zeer martiaal geheel met veel luide kreten, harde valpartijen en vaak afgerond met een slag naar het hoofd van uke in jiu jitsu stijl.

Maar ook veel varianten met wapens; leuk om te zien was naginata oftewel hellebaard tegen zwaard, allebei van hout gelukkig. De naginata werd aan twee kanten gebruikt: de stok-kant om het zwaard uit de weg te slaan en dan met en snelle beweging de “scheermes”-kant voor de aanval. Bijzonder was het zwaardgevecht met boken en wakaziri, een klein steekwapen ongeveer een derde van de lengte van de boken. Het leek erg op de entree van de aikido-vorm shomenuchi shihonage met de kruislingse actie. Daarna kinomichi, wat een heel zachte en elegante vechtkunst is en waarbij de  martiale elementen nogal verborgen lijken te zijn. Kinomichi  gaat juist weer heel geruisloos; de ukes die ver weg vliegen krijgen het voor elkaar om zelfs dan zonder geluid te rollen. Last but not least aikido; in een heel aantal opvolgende groepen van een 6e dan tori met twee ukes van meestal 3e dan werd een heel dynamische demo neergezet waarin ook weer heel goed te zien was hoe aikido op topniveau indrukwekkend licht en moeiteloos blijkt te gaan. En ook dat aikido wat betreft martiaal gehalte mooi tussen de twee anderen in zit: voor mij de ideale martial art!”