Een internationaal gezelschap. Sommigen hebben elkaar een jaar lang niet gezien. De vroegkomers leggen met elkaar de matten. Gele en blauwe. Hier en daar een enthousiast groeten, maar het leggen van de matten heeft nu even de hoogste prioriteit. De zomerschool in Markelo. Wilko Vriesman (zesde dan), de directeur van de Dutch Aikikai Foundation geeft een hele week intensief les. Tweemaal per dag. Zaterdag 17 juli is de aftrap. We beginnen dan in de middag en er is ook een avondprogramma deze eerste dag. Het leren werken over lijnen en assen is natuurlijk de kern van de lijn Tissier, maar op dit soort stages zoomen we in op heel veel details. Leerzaam. Het thema wordt opgebouwd en uitgebouwd. Fantastische werkvormen, die naar het lijkt, Wilko zo in het moment te voorschijn tovert om verschillende soorten ervaringen aan ons mee te geven. Het zijn bijzondere lessen, die je haast nergens anders haalt. Het doceren van de principes achter de technieken, waar de principes haast geïsoleerd worden om te kunnen beleven. Daarna koppelt Wilko ze weer aan een techniek om vervolgens weer een volgend grondbeginsel aan de orde te stellen. Het is haast een mini reis per techniek. Het afleren van het duwen in de techniek. Het snel leren schakelen krijgen we mee door de aandacht te verplaatsen naar de achterste schouder van uke.

Je staat in hanmi met de handen in de lucht ook in datzelfde contact en tori probeert met zijn achterste hand de achterste schouder van uke te toucheren. Als dat niet lukt, klopt de afstand niet. Ik schuif mijn hand onder mijn linker arm door en probeer, net als Wilko, zo rechtop mogelijk te staan. Een klein stapje vooruit is nodig om de afstand kloppend te maken. Daarna recht doorlopen over de lijn. Uke kantelt en verliest daarmee direct zijn balans. Voor mij een lichte ervaring in het contact met uke. Precies zoals het bedoelt is, aikido. Dan vanuit gyaku hanmi katatedori. Wilko: “1) je pakt de hand van uke; 2) de hand gaat over een as recht omhoog de lucht in; 3) je loopt door over de lijn naar het punt van de achterste schouder. Je richt je aandacht op het centrum van de partner en projecteert een punt verder op de lijn. Nooit op de partner werken, zelfs niet bezig zijn met je partner. Doorlopen naar de punten zonder bewust bezig zijn om de techniek zelf uit te voeren.” Ik zie Wilko bij drie iets met zijn heup indraaien. “Blijf neutraal en houd je eigen centrum vast. Hoe neutraler je blijft, hoe beter het werkt. ” Dan demonstreert hij iets heel interessants. “Bij de tweede tel, wat een fysieke handeling is, gaat de mind al naar drie. Ik win een tel door twee over te slaan in denken. Als de hand arriveert, dan verwacht de partner dat je op twee zit maar je bent dan al op drie. Dat is een balansverstoring. Je creëert daarmee een gat. Een mini-vrije val in ikkyo.”

Feitelijk is dat het thema van de middag en de avond, dat een-twee-drietje in de technieken. Waar je twee probeert te slaan door met je gedachten al naar het volgende punt te gaan. Heel tof, het is haast gewichtsloos als het lukt. Zelfs met hier en daar een wat stuggere uke, loopt de techniek zoals deze hoort te lopen. Wilko werkt in een hoog wisseltempo wat ons alert en wakker houdt. We schakelen naar sankyo. “Niet met je handen de partner naar een punt brengen, maar met projectie. De mind door laten lopen over de lijn schuin achter de partner naar de grond. Rechtdoor. Niet je schouders gebruiken in de techniek.” Het is zeer lastig, want de mind zoekt steeds naar de fysieke bevestiging van dat punt. “Probeer de principes als kunstenaar toe te passen. Dan krijg je applicaties.” Nu hetzelfde doorlopen over de lijn, maar als techniek irimi nage. “De mind zit nu aan de achterkant van de heup en die duw je naar beneden.” Oeehhhh, roept de uke spontaan voor de klas als het hem overkomt. Dan kokyu ho. Ook hier de hand niet laten vallen op de partner maar boven de voeten laten gaan. “Het sluiten van de lijnen creëert ki,” aldus Wilko. Als we bij sumi otoshi, een hoekworp, aankomen, zegt Wilko dat dit de hip-hop versie van aikido is. Iets ineens leren veranderen. Dat is ook de link naar het overslaan van de eerdergenoemde tweede stap.

Of het nu tenchi nage of sumi otoshi is, het maakt voor de techniek niet uit. “Vul het punt met iets: met aandacht en energie. Dan loslaten. Hoe beter je het punt even weet te vullen en vast weet te houden, hoe groter het effect als je het kunt loslaten. Als de ander het niet kan volgen, dan is er verwarring. Where is your holding? Zit je in de partner of in jezelf? Elk houvast wat je zoekt in de partner is feitelijk een probleem. Als je jouw eigen lichaam weet vast te houden, dan ben je gecentreerd.” De combinatie van het laten vallen van je handen op een lijn en het tegelijkertijd doorlopen met het overslaan van het tweede punt, is geweldig effectief. Wilko zet een uke zittend op de mat en gaat ervoor staan. Steekt zijn hand uit en de vingertoppen raken die van uke. Hij verplaatst zichzelf zonder zijn schouder positie te veranderen. Daarna verplaatst hij zijn lichaam en uke staat onwillekeurig op. Heel apart om te ervaren. “De essentie van budo is irimi,” zegt Wilko. “De meesten denken dat het gaat om contact. Je moet de andere openen. Die voelt dan dat er iets gebeurd. Je gebruikt de opening om binnen te komen. Dat is niet hetzelfde als ontmoeten. Openen, of irimi, is binnenkomen in aikido. Het leren om je eigen energie in die momenten vast te houden. Steeds minder gewicht zoeken: less less less. Als eerste je eigen driehoek creëren. Daarna de ander in jouw eigen wereld trekken. In de irimi het creëren van gevaar. Het leren openen van je eigen schouders vanuit de buik. Dat is het belangrijkste wat je traint in aikido.”