Bijna altijd heeft hij wel iets origineels. Een verhaaltje, een verrassing, aankondiging of iets om mee te geven. Zo ook nu weer bij de aftrap van de stage van Christian Tissier. Wilko kiest iemand uit en vraagt deze om alle jeugd naar voren te halen. Christian staat geduldig te wachten en kijkt geamuseerd. Zo’n acht jeugdleden komen schoorvoetend naar voren en gaan keurig in de rij staan. ‘Het is goed om iemand als Christian een hand te geven, dan val je op en vraagt hij je misschien wel voor de klas. Daar leer je veel van,’ licht Wilko de zaal smalend toe. Twee van de acht waren leden van Aikido Groene Hart. Britt en Emmylou, deze twee zijn haast op alle aikido stages wel te vinden. Britt staat keurig rechtop en loopt rustig naar hem toe. Later blijkt dit ook het thema van de stage te zijn. Emmylou na haar. De mat is goed gevuld, zo’n negentig aikidoka’s schat ik in deze zondag ochtend. We beginnen met tenkan. Wilko wordt voor de klas gevraagd. Tissier wijst naar zijn eigen schouder en geeft met lichaamstaal aan dat je deze niet moet gebruiken. Rechtop naast de vastgepakte hand schuiven, de heup erin en dan een tenkan. Hij wijst de twee driehoeken aan die elkaar ontmoeten in een centrum punt. We gaan aan de slag. Het gaat om gelijkwaardigheid in de verbinding vandaag. Als we later in een kleinere cirkel staan, vertelt Tissier dat hij geen ‘victims’ wil opleiden in aikido.

We schakelen naar katatedori shiho nage ura. Wederom verschijnt hij bij ons op de hoek van de mat waar mensen zich automatisch om hem heen verzamelen. Dat is wel leuk van dit soort stages: het lijkt dan haast wel of je privé les van hem krijgt. Christian: het gaat om het memoriseren van posities. Het switchen op de lijn naar een volgend punt. Tussendoor kan je dit niet controleren. Onmogelijk in krijgskunsten. Je werkt van punt naar punt. Daarna moet je vooruit leren kijken. Je moet nooit werken op het punt waar je elkaar ontmoet hebt; dan ga je kracht gebruiken. Dat is het gezamenlijke punt of het informatiepunt voor de aanvaller. Prachtig gesproken. Je moet dus snel een volgend punt zoeken, daarmee verras je de ander. Een volgend punt op dezelfde lijn. Als de ander te ver van je af staat, dan loop je eerst naar het punt toe en dan pas naar een volgend punt. Tjoep, de aanvaller vliegt door de lucht – haast in het kijkende publiek. Als hij sierlijk draait om het nog eens te demonstreren, zie je zijn volledige naam cursief in het oranje geschreven achter op zijn hakama: Christian Tissier. ‘Eerst de mind en dan pas de hand,’ geeft hij ons schuin over zijn schouder kijkend nog even mee als hij verder loopt naar de volgende groep.

Er waren iets van twaalf Aikido Groene Hart leden vandaag op de mat. Aan het eind van de stage vraag ik een van hen hoe hij de stage vond. Sulaiman: “Hoeveel dromen mag je hebben, vraag ik me soms af. Ik heb geleerd dat je mag dromen alsof je eeuwig leeft en je moet leven alsof vandaag je laatste dag is. Sinds ik Aikido beoefen droom ik van de man die ik misschien honderden keren op YouTube zien schitteren en ik me door hem liet inspireren, Christiaan Tissier Shihan. Ik wilde heel graag de Shihan van dichtbij meemaken en misschien een hand geven. Ik vond het bewonderingswaardig om te zien hoe Tissier met weinig woorden de details van de techniek demonstreerde. Ineens tijdens het trainen was Tissier daar. Hij pakte aan mijn linker schouder en liet me de techniek uitvoeren. Ik wist niet meer goed wat ik moest doen. Door zijn kalmte en oogcontact kwam ik bij en ging voorzichtig bewegen. Hij pakte mijn hand en liet zien hoe ik zijn pols moet pakken en de techniek uitvoeren. Wat een kracht. Daarna vroeg ik welke techniek wij aan het uitvoeren waren. Heel kalm vertelde hij mij de naam. Aan het einde van de stage kon ik het niet laten om hem te vragen om een foto met deze grote meester. Ja dat mocht. Ik bedankte hem: “It was an honor to meet you”. Met een korte buiging liep ik van hem weg. Wat een indruk en ervaring. Mijn eerste ontmoeting met Christiaan Tissier. Ik heb vandaag geleefd, zeker als mijn laatste dag, maar zal nog dromen alsof ik nog eeuwig leef.”