Soms komt wel eens een ouder melden dat haar kindje is gepest in de les. Dan is het direct weer tijd om ons anti-pest beleid weer onder de aandacht van de kinderen te brengen. Het komt eigenlijk niet zo vaak voor in een aikido dojo dat pesten. Vermoedelijk komt dat door de afwezigheid van het competitie element in onze krijgskunst. Toch wordt er overal en altijd wel ergens gepest. Ieder kind heeft dat actief of passief wel eens meegemaakt. Als je in de ogen van anderen afwijkt, loopt je feitelijk het risico om slachtoffer van pesterijen te worden. Onder pesten wordt verstaan: het langdurig uitoefenen van geestelijk of lichamelijk geweld door een persoon of groep tegen een eenling die niet in staat is zich te verdedigen. Men spreekt van plagen als kinderen aan elkaar gewaagd zijn. Door het plagen leren kinderen hoe met conflicten om te gaan. Het grote verschil met pesten is dat pesten wel bedreigend is. Soms na de instroom van nieuwe kinderen komt het bij ons in de dojo wel eens voor dat er ouders komen met een dergelijke melding; of dat kinderen onzeker zijn. Dat is voor ons opnieuw een belangrijk moment om aandacht te besteden aan het veilige leerklimaat waar wij zoveel waarde aan hechten.

Binnen groepen is men vaak niet geneigd om voorvallen over pesten naar buiten te brengen. Ouders hebben voor ons een belangrijke signaalfunctie daarin. Wij nemen meldingen van ouders dan ook zeer serieus hierover. Als trainer begeleidt je een groepsproces, je werkt met kinderen. Hoe moet je het pest-probleem aanpakken als je het gesignaleerd hebt? Wij proberen er binnen de groepen open over te praten in de les en met de kinderen zelf. Over wat we van elkaar verwachten en dat de kinderen onplezierig gedrag direct aan de leraren moeten melden. Niet opkroppen en ermee rond blijven lopen. Meisjes pesten vaak kinderen die dichter bij hen staan, terwijl jongens juist kinderen pesten waar ze niet zo veel mee hebben. Pesten is zowel schadelijk voor de ontwikkeling van de gepeste, als de pester, alsook bij de rest van de groep. Kinderen vinden de eerste les vaak super spannend en zien op tegen deze start. De leden vragen zich al snel af of de nieuwe ‘erbij hoort’. Wij besteden daarom aandacht aan het kennismaken door in een kring te zitten en elkaar de naam te vertellen. Zo halen we al veel onzekerheden weg. Humor is ook een krachtig middel.

De ouders geven de kinderen vaak bij angstig gedrag een knuffel mee. Vorige week hadden we een kindje dat huilend in de armen van zijn moeder binnenkwam. We nemen het kind dan over en een van de leraren probeert het kind op zijn gemak te stellen. De les gaat gewoon volgens planning van start. Als het kind rustiger is geworden, vragen we in de klas naar de namen van de knuffels. Dat werkt altijd prima, want knuffels hebben vaak ludieke namen: ‘Doekoe en Haasie’. Iedereen lacht om de grappige namen. Al snel is het kind afgeleid van het verdriet en we vragen iets over de knuffels te vertellen. Daarna mag het kind de knuffels naast het portret van O Sensei zetten zodat iedereen ze kan zien tijdens de les. Al snel huppelt het kindje weer vrolijk rond. Na de les neem ik de knuffels naast me en ik laat ze tegelijkertijd met mij afgroeten. Dan prijzen we degene die gehuild heeft om zijn of haar moed dat hij toch gekomen en gebleven is. Dit wordt altijd gevolgd door een warm applaus van de andere kinderen voor deze kleine dappere krijger. Door heel gewoon te doen over afwijkend gedrag wordt het al snel normaal. Zo werken de aikidoka’s samen tegen pesten.

Dit artikel is geïnspireerd door het boekje ‘Sport, niet altijd leuk’ van Bert Brinkman en het artikel ‘Samen op weg naar een veilig sportklimaat’ van NOC*NSF.