Bernard Palmier, shihan (zevende dan) is een van de mede oprichters van het grote Franse aikido systeem: de lijn Tissier. Er zitten zo’n zestigduizend aikidoka’s dat systeem. Lang geleden hebben zij gepuzzeld hoe de opgedane kennis en kunde over te dragen naar Europa. Daar is toen een didactisch systeem ontstaan, waar wij allemaal onze vruchten van plukken. De logica achter de didactiek van ons aikido. Gecultiveerd in Frankrijk vanuit de Japanse essentie. Wilko merkt op bij de introductie van Bernard dat de nieuwe generaties niet meer zo naar Frankrijk gaat om die kennis te vergaren. Een zoektocht voor onze technisch directeur hoe deze kennis en principes toch over te blijven dragen, ook door anderen. Structuren zijn heel belangrijk in systemen, vandaar deze eerste kennismaking met Bernard voor de docenten, aldus Wilko. Bernard maant ons om hem heen te zitten in een cirkel. Hij praat zacht en ingetogen. In het Frans. “We moeten de technieken niet alleen om de technieken doen. Dan mis je iets. Er zitten universele principes onder, die moet je begrijpen. Een techniek is niet meer dan een tool om iets te oefenen. Je moet in contact zien te komen met die principes. Als je alleen de vormen leert, dan verliest het je interesse op een gegeven moment. Hoe zit je zelf in de techniek, wat wil je eigenlijk gaan bereiken en op welke wijze ga je dat doen?”

“Het belangrijkste is het centreren in alle verschillende vormen. Als je na de aanval gecentreerd kunt zijn en blijven, dan kan elke techniek in dat moment ontstaan.” Bernard demonstreert het voor de klas met een uke. Hij stapt opzij na een shomen aanval en je ziet hem een verticale as maken met de voorste hand boven zijn eigen hoofd. “Je moet de armen altijd ontspannen. Laag zakken in de heupen.” Er verschijnen wat vormen zoals katate dori sokumen irimi nage. Je ziet de shihan keurige verticale assen maken in zijn werk. Zijn heupen duidelijke irimi tenkans doen. Het centreren is een principe dat in elke techniek bij ons in de lijn Tissier zit. Palmier: “Het is mooi dat er zoveel verschillende uitingsvormen van aikido zijn. Ondanks dat we allemaal dezelfde stijl oefenen, ziet het bij iedereen er anders uit. Maar de principes verenigen ons aikido en ons werk.” We beginnen na de warming up met de aanval. “De aanval hoeft niet hard of snel te zijn, maar moet wel de juiste dosis hebben in relatie tot de partner waarmee je werkt. Een aanval moet er iets toe doen! Dat is heel belangrijk anders leer je er niets van. Dan gaat het erom hoe we elkaar ontmoeten. Centreren op een verticale as is dan noodzakelijk. Met uitgestoken arm (extensie) de aanvaller ontmoeten en daarna vast blijven houden. Gelijke druk: zowel uke als tori dus niet duwen. Allebei daar zijn in dat contact.” Bernard tilt zijn voorste been op als hij de ander ontmoet. Een apart gezicht.

De ontmoeting is op deze manier wel heel soepel, maar zeker niet vrijblijvend. Het been genereert veel kracht, is te zien. Hij absorbeert als het ware de aanval met zijn lichaam door het centreren. De juiste afstand maakt dat volgens mij mogelijk. Bij het inhalen van zijn arm volgt de uke onmiddellijk. “Het contact vasthouden is essentieel in aikido, zonder je schouders overigens te gebruiken.” We gaan aan de slag. Super intensief werk zeg. Bernard werkt vooral met zijn heup en lichaamsgewicht. De verplaatsing van de verticale as is zeer effectief om te ervaren. De uke krijgt als opdracht om de verbinding te behouden tot het einde. “Als de uke ontspant, gaat de tori onmiddellijk in. Dat kan alleen door die connectie. Samenwerken in aikido is een must. Het leren in aikido werkt ook aan twee kanten, aldus Palmier. Het is het leren samenvoegen van de energieën. Niet versnellen, want dan maak je er een competitie van. Geen schok. Probeer op dezelfde tijd aan te komen. Je lichaam ook inbrengen in de beweging. Plaats je heup en ontspan je arm. Blijf aanwezig en verander dan de hoek ietsjes. Binnen of buiten maakt niet uit.” Als je dan je hand over de verticale lijn laat vallen, kan de aanvaller geen kant meer op dan naar beneden.

Het zijn mooie vormen vanuit shomen waar je de hand van de aanvaller opzij tikt bij irimi. Deze over de as te laten lopen, dan een tenkan; en onmiddellijk weer terug naar de oorspronkelijke lijn. “Dit is het bronwerk van aikido,” licht de shihan toe. “Het is niet de arm die werpt, maar het lichaam dat naar voren gaat. De arm volgt het lichaam bij het vallen. Anders wordt het gewelddadig. Dit lijkt heel simpel, maar het is juist heel ingewikkeld. Je kan in alle vormen dit principe leren vasthouden, heel belangrijk voor docenten om dit uit te gaan leggen.” Na een korte pauze werken we met het zwaard aan dezelfde principes. “Het zwaard is gewoon ook een vorm net als suwari waza of hanmi handachi waza.” Ook het zwaard oefen je zo dat het bewegen interessant wordt, anders gaat het snel vervelen. Bij de slag volg je de lijn van het pak van je partner aan de voorkant, net als in aikido overigens.” We doen exact hetzelfde als in het eerste deel van de stage, maar dan nu met zwaard. Langzaam wordt het werken net zo vertrouwd. We krijgen hier de mogelijkheid om langer met elkaar te oefenen. Van deze shihan gaan we vast en zeker in de toekomst meer horen en zien.