Een mooie gemêleerde groep: leercoaches, praktijkbegeleiders en PVB-beoordelaars. Ze waren bij elkaar voor een seminar om de examens van de aankomende aikido leraren voor te bereiden. Het is best lastig om dit zo objectief mogelijk te doen. Iedereen kijkt vanuit zijn eigen perspectief en vanuit datgene wat hij of zij belangrijk vindt bij een toekomstig leraar. Het seminar werd voorgezeten door Rogier Beliën. Iemand die al twintig jaar in het vak zit en dit bij verschillende bonden doet. Gepassioneerd en zeer deskundig op zijn vakgebied. Voor het eerst dat we dit samen deden met een andere bond: de Federatie Oosterse Gevechtskunsten. Het initiatief vanuit Aikido Nederland werd goed bezocht met zo’n twintig deelnemers. Vanuit de FOG waren er zo’n 15 kandidaten aanwezig. Een zeer mooie opkomst. Peter van Lier geeft als opleidings-coördinator van Aikido Nederland de aftrap en geeft vervolgens het woord aan Rogier.

‘De leercoach kijkt altijd met positieve ogen naar de kandidaten die hij begeleidt vanuit zijn eigen sectie. Degene die de Proeve van Bekwaamheid bij het examen moet toetsen (de PVB-beoordelaar), kijkt een stuk kritischer en ook meer naar de letter van het beoordeling formulier. Er zit een discrepantie in die rolwisseling die ook zeker invloed heeft op de objectiviteit. Hoe die twee uit elkaar te houden, is goed om onderling af te stemmen. Iemand geeft de suggestie: ‘Als ik tijdens de beoordeling het gevoel heb dat ik mijn eigen kind naar de les zou kunnen laten gaan, heb ik er een goed gevoel bij. Dat is voor mij ook een graad-meter.’ Rogier: ‘Dat klinkt mooi, maar dat is subjectief. Dat gaat namelijk over jouw norm. Bovendien is dat onvoldoende om ook het niveau van die kandidaat daarmee te toetsen. Is deze dan geschikt voor niveau 2 of 3 leraar?’ Stilte en bezinning volgt.

Rogier geeft mee dat de aankomende leraren nog lang niet zo goed en bekwaam zullen zijn als de PVB-beoordelaars zelf nu zijn. ‘Het gaat erom dat ze tijdens hun examen laten zien dat ze voldoende bagage hebben om te mogen starten. Het is net als het rijbewijs halen.’ Bij de opdrachten tussendoor is het lekker rumoerig, er wordt veel gekletst en uitgewisseld. De bijscholing vindt plaats in de dojo van Aikido Nederland. Tussendoor wordt verse koffie en thee binnengebracht. Mijn collega van de FOG Susanne had wat paaseitjes meegenomen, welke we vooraf op de tafels hadden gezet (en overigens al snel op waren). De sfeer was prettig en ontspannen. Een open leerklimaat. Het tweede deel van de middag gaan we met elkaar de mat op. We moeten nu zelf gaan lesgeven aan Rogier. De collega’s kijken dan wat we nu allemaal voor onszelf zien op een bepaald onderdeel om te examineren. Eerste thema: kan de docent de leerling (Rogier) enthousiasmeren tijdens de les!

Een jonge leraar die ringsporten geeft, ook op scholen, neemt de aftrap voor zijn rekening. Hij stelt zich voor en geeft aan dat hij Rogier wil gaan leren hoe hij moet bewegen bij een low-kick. Vraagt of hij er klaar voor is en tikt behendig met zijn hand aan de binnenkant van zijn bovenbeen. Geraakt! ‘Je moet proberen deze te ontwijken,’ en hij geeft aanwijzingen hoe dat te doen. Een leuke speelse oefening, waar Rogier hard aan het werk is om te ontwijken. Dan wisselen we met elkaar uit wat we gezien hebben. Heel tof om te zien en zo te delen. We doen nog wat oefeningen en pakken terug naar de theorie. ‘Zeer nuttig en goed om met elkaar te doen,’ wordt eenstemmig gemompeld om mij heen. Het seminar werd zeer gewaardeerd door de aanwezigen en er werd unaniem gestemd om dit met elkaar uit te gaan werken: welk concreet gedrag wordt nu specifiek verwacht van de aikido leraren tijdens het examen? Fijn voor alle betrokkenen dat dit nu concreter gemaakt zal gaan worden.