Eenmaal per maand zijn in Amsterdam de zogeheten speciale dan-graden trainingen. Iedereen die een zwarte band of hoger heeft bij onze federatie de Dutch Aikikai Foundation (DAF) kan hieraan meedoen. De lessen worden gegeven door onze directeur Wilko Vriesman (zesde dan). Het zijn altijd zeer bijzondere trainingen omdat vanuit een totaal andere invalshoek lesgegeven wordt. Niet zo specifiek meer op de aikido technieken, maar veel meer op thema’s, gevoel, houding. Kleine details in technieken worden daar onder de loep gelegd. Waar je normaliter op de automatische piloot de technieken uitvoert, wordt je tijdens deze lessen even stilgezet. Opnieuw kijken naar wat je allemaal aan het doen bent. Het klinkt misschien wat vreemd, maar alles wat je eerder geleerd heb, leer je hier juist weer af. Niet alleen ons hele graden systeem kent dat principe, maar het is eigenlijk gelijk ook de kern van aikido. Er zijn deze ochtend zo’n dertig mannen en vrouwen op de mat. Wilko merkte op dat er veel zwaargewichten waren. We beginnen altijd met het zwaard en daarna pakken we de thematiek verder door met aikido. Het thema van deze zondag was ‘je eigen stand’ vinden. We starten met shomen en dan naast die ander stappen. Hoe stevig sta je eigenlijk na deze entree? Eens proberen met elkaar. Het omduwen was snel geregeld. Dat viel tegen. How to do? De richting waarop je kijkt en staat is super belangrijk. Deze moet wel naar de buik van de partner gericht zijn. Dan in het voorste been staan. Nog eens proberen, ja dat ging gelijk al een stuk beter. Dan naar de vijfde kata van het zwaard, eerste reeks.

Kun je die ander zover krijgen na de entree dat hij niet meer weg kan lopen? Is vastgezet in het moment. Dat ging op zich nog wel. Maar daarna ook nog de benen wisselen en kijken of je het punt kan vasthouden terwijl je dit doet. Oeff, wat een werk zeg. Eerst gaat het zwaard alle kanten op. Een mooie oefening. De stand ook in de gaten houden. Na de entree moet de ruimte van jou zijn én de ander uit balans. Na enige tijd schakelen we naar aikido. We beginnen hier ook met shomen en moeten dan inkomen met de achterste hand om de ruimte te claimen. Dan wisselen met het been – zonder het contactpunt van de handen te verlaten en de benen wisselen. Om vervolgens ikkyo omote te doen. Voor mij is deze manier van werken in aikido absoluut favoriet. Frictieloos, super licht en op vol vermogen. De aanvaller voelt dat het beste, mits je er goed inzit. Dan moet de neiging om te duwen bij ikkyo er nog even uit geprogrammeerd worden. Daar waar dit vroeger studiepunten waren om te leren, moeten we dit nu achter ons leren laten. Als je gaat duwen, dan gaat je voet omhoog en verlies je jouw stand. Niet aan het punt komen vóórdat je de heupen hebt gewisseld. Dat zijn nu precies de details waar deze stages nu over gaan. Dan hetzelfde principe vanuit ai hanmi naar irimi nage. Wilko laat de gepakte hand naar de achterkant van zijn hand lopen, waardoor hij moeiteloos achter uke uitkomt. Eerst weer de heup wegdraaien en hop, daar gaat uke op een hele lichte manier.

Dan naar jodan tsuki, een stoot naar het gelaat, waar Marco en Satomi voor de klas worden gevraagd. Marco stoot en Satomi achteruit om de ander te ontwijken. De vuist stopt een fractie voor het gezicht van Satomi en ze doet ‘arghh argghh’ om zogenaamd met haar tanden in de vuist te bijten. Gelach. Iedereen herkent ongetwijfeld onmiddellijk het gevoel dat ze namens ons zichtbaar maakt. Het is zo lastig om dat duwen en niet-direct-erin-gaan af te leren. Het naar achteren gaan, je stand vinden en dan de balans van de aanvaller licht te verstoren, is daarna wel een groot cadeau. Het vereist ook moed om zo binnen te komen bij de aanvaller. Dat is een van de deugden die wij onbewust trainen op de mat. Erop af stappen, in de actie, zo recht mogelijk. Maar dan zonder botsen natuurlijk. Inschuiven met de voorste hand en de aanval aan je laten passeren. Op de achtergrond hoorde ik een tijdje al het zingen van een kindje. Als Wilko iedereen aan de kant zet, gaat het ineens opvallen vanwege de stilte. Wilko wacht even en iedereen kijkt naar het kleine meisje van iets van drie jaar. Blonde haartjes, knal roze broek aan en een wit shirtje erboven met allerlei gekleurde hartjes. Een raar stilte moment voor ons, het meisje heeft niets in de gaten en speelt verder met haar popje, terwijl ze blijft doorzingen. Het lijkt wel engelen gezang zo hoog. Even kijkt ze ons allemaal aan, vertrekt geen spier, en verdwijnt weer in haar eigen spel.

Als laatste kokyu nage met hetzelfde thema. Eerst je eigen stand vinden in de entree, jezelf richten naar het centrum van je partner en de techniek uitvoeren. Het werkt lekkerste als je jouw eigen hand naar je eigen centrum laat vallen. Op het moment van contact is de aanvaller dan namelijk zijn eigen balans kwijt. In je eigen gebied blijven dus, anders wordt het weer een gevecht. Er is altijd ruimte voor humor op de deze stages, wat gewaardeerd wordt door ons. De afwisseling, hard werken, leren van nieuwe elementen, studeren, plezier, het is een mooie mix allemaal. Er zijn twee kandidaten die voorgedragen zijn voor hun vijfde dan: Vincent en Bas Geerinck. Bas is een aikido collega uit Leiden waar ik zelf ook veel mee train. Vijfde dan is een hoge graad in aikido, merkt Wilko op. Hij gaat voor de groep zitten met twee bruine enveloppen. Er wordt langzaam een touwtje losgemaakt en de envelop wordt geopend. Daaruit komt een sjiek wit papiertje met Japanse tekens erop. Nog een laagje. Daarin zat het mooie vijfde dan certificaat wat in een soort drieluik wordt uitgevouwen. Namens de Doshu overhandig ik… Wilko geeft altijd een persoonlijk toegift aan de kandidaten mee. De kandidaten schuiven behendig op hun knieën naar voren om het diploma in ontvangst te nemen. Er volgt een daverend applaus door de aanwezigen. Het kleine meisje kijkt blij en verwonderd op als haar vader Vincent weer terug schuift naar zijn eigen plaats. Hij knikt zijn dochtertje onderweg warm en trots kort even toe.